Stadsarchitect is de gebeten hond

Het is maar een klein ventje. Dus zoveel zorgen hoeft stadsarchitect Huub Juurlink zich niet direct te maken. Maar dat hij de gebeten hond is in Hengelo, maakte Herman oet Hengel ondubbelzinnig duidelijk: ‘Die kerel die onze binnenstad naar de kloten heeft geholpen, moeten ze nooit meer Hengelo binnenlaten.’

De herinrichting van de stad vormde een dankbaar onderwerp voor de humoristen op de gala-avond van carnavalsvereniging De Windbuul'n, zaterdagavond in De Waarbeek. Dat kon ook, want die humor was bijna volledig in Hengelose handen: buutreedner Herman oet Hengel (Jimmy Vollenbroek) en cabaretduo De Volle Venten (Martijn ter Braak en Niek Schefer).

Zo waren er de afgewezen vrouwen van Ruurd Hallema. ‘Zes verschrikkelijk mooie wiev'n’ in de ogen van Herman. Hij had het natuurlijk over het kunstwerk dat de winkeliers van de Nieuwstraat Hengelo cadeau wilde doen maar dat niet van de gemeente op het Stationsplein mocht komen te staan, omdat kunst met de voeten op de grond niet past in Juurlinks visie. Een kunstwerk aan een draad boven de grond mocht wel. ‘Daar had 'ie aan moeten denken toen hij die kapotte tuinslang met die pisstraaltjes daar neerlegde’, verwees Herman naar de fontein op het Stationsplein.

Volgens de Volle Venten had de afwijzing van Hallema’s vrouwen niets te maken met kunstbeleid, maar met het emancipatiebeleid van de gemeente. ‘Je mag vrouwen niet meer op een voetstuk plaatsen maar ze wel ophangen.’ Ze hadden zaterdag ook met verbazing in de krant gelezen over de plannen voor de herinrichting van het Industrieplein, aan de andere kant van het station. ‘Laten ze eerst het ene goed doen en pas daarna een ander aanpakken.’

Ook voorzitter Vincent Mulder van de SP in Hengelo kreeg uit de buut een scheut door de benen. Dit vanwege het plan om van Hengelo een ‘oorlogsvrij gebied’ te maken en militaire voertuigen niet door het strategisch gelegen Hengelo te laten komen. ‘Hij wordt bedankt’, sprak Herman. ‘Die gek in Bagdad had nog nooit van Hengelo gehoord, maar nu heeft hij eens goed op de kaart gekeken.’

(Bron: De Twentsche Courant/Tubantia)