Debutant ‘Edje’ overleeft pronkzitting
<font class="ArtikelAanhef2">GROENLO - Edwin Pierik uit Groenlo stond donderdagavond te trillen op zijn benen. Hij had last van de spanning. En terecht, want ‘Edje’ maakte op de eerste van de drie Groenlose pronkzittingen zijn debuut als buutreedner.</font> <p><font class="ArtikelTekst"><p>Hij was echt onzettend gespannen, bekende Edwin Pierik na afloop achter de coulissen. ‘Een uur van te voren was ik al hier en heb nog een paar keer geoefend. Toen ik samen met de hofdames de opmars door de zaal maakte, was ik ongelooflijk zenuwachtig. Zeker toen ik inks en rechts klappen op mijn schouders kreeg en mensen me succes wensten.’ </p><p>Edwin Pierik (33) mag tijdens de carnaval dan de pias uithangen, in het dagelijks leven doet hij heel andere dingen. Hij heeft in de Beltrumsestraat een elektriciteitszaak en een winkel in witgoed, radio & tv. En als over twee weken de verbouwing klaar is, tevens in audio. De Grollenaar besloot bijna een jaar geleden als buutreedner mee te doen aan de pronkzitting 2004 van carnavalsvereniging De Knunnekes. ‘Zelf zit ik in de raad van elf. Als je tijdens de pronkzitting op het podium zit en je ziet de mensen bezig tijdens hun buut, dan denk je: ‘Prachtig, dat zou ik ook graag kunnen’. Toen ben ik samen met Dennis Rondeel aan een tekst begonnen voor ‘Elektriken Edje’. Twee maanden geleden was de tekst klaar en ben ik er op gaan oefenen. Begin januari heb ik de buut opgevoerd voor de Knunnekes-commissie die de pronkzitting organiseert. De commissie vond de kwaliteit van de buut voldoende’, vertelt Pierik, die donderdag met een bos stroomkabel over de schouder in de ‘buutton’ stond. </p><p></p><p>Wanneer is een buut kwalitatief goed? Edwin Pierik: ‘Je moet mensen niet willens en wetens schade toebrengen. Niet kwetsen dus. Wel kun je mensen en situaties aan de kaak stellen zonder namen te noemen. Dát bepaalt de kwaliteit van een buut.’ </p><p>Hijzelf deed dat in zijn buut door het plagiaat van de carnavalsschlager ’t Kisken op te voeren. Het winnende nummer bleek al eerder door iemand uit Oss te zijn gemaakt. Daarna werd alsnog ‘De groeten van Annelies’ tot winnaar uitgeroepen. Edwin in zijn buut: ‘Twee mannen kwamen een tijdje geleden bij me; ze wilden ‘licht’ voor het kopieerapparaat hebben.’ Na enig gezoek (’Trap op, klok aan de kant, kleedje opzij, kast open en weer dicht, kleedje terugleggen, klok terugleggen en trap weer af’) kwam de juiste lamp op de proppen. ‘Maar wat gebeurt er als de lamp uiteindelijk in het kopieerapparaat zit? Ik hoor muziek, muziek uit Oss.’ </p><p>Edwin Pierik heeft het overigens niet van een vreemde. Vader Karel Pierik, de helft van het duo De Zwaogers, staat al 25 jaar als buutreedner op de planken. Pierik: ‘Ik weet nog dat pa vroeger thuis oefende en dan moesten wij - ma, tante, mijn broer en ik - op de bank zitten en kijken. We hadden een keer van te voren afgesproken dat we om geen enkele grap zouden lachen. Pa begon, maar wij lachten niet. Hij vond het niet leuk en gaandeweg zijn optreden werd hij steeds kwaaier.’ </p><p>De Grollenaar was na afloop tevreden. De spanning had plaatsgemaakt voor opluchting: ‘Voor de eerste keer ging het echt goed, geen enkele verspreking gehad. En mijn vader moest zelfs lachen...</p><p>(Bron: De Twentsche Courant Tubantia)</p></font></p><p>Hij was echt onzettend gespannen, bekende Edwin Pierik na afloop achter de coulissen. ‘Een uur van te voren was ik al hier en heb nog een paar keer geoefend. Toen ik samen met de hofdames de opmars door de zaal maakte, was ik ongelooflijk zenuwachtig. Zeker toen ik inks en rechts klappen op mijn schouders kreeg en mensen me succes wensten.’ </p><p>Edwin Pierik (33) mag tijdens de carnaval dan de pias uithangen, in het dagelijks leven doet hij heel andere dingen. Hij heeft in de Beltrumsestraat een elektriciteitszaak en een winkel in witgoed, radio & tv. En als over twee weken de verbouwing klaar is, tevens in audio. De Grollenaar besloot bijna een jaar geleden als buutreedner mee te doen aan de pronkzitting 2004 van carnavalsvereniging De Knunnekes. ‘Zelf zit ik in de raad van elf. Als je tijdens de pronkzitting op het podium zit en je ziet de mensen bezig tijdens hun buut, dan denk je: ‘Prachtig, dat zou ik ook graag kunnen’. Toen ben ik samen met Dennis Rondeel aan een tekst begonnen voor ‘Elektriken Edje’. Twee maanden geleden was de tekst klaar en ben ik er op gaan oefenen. Begin januari heb ik de buut opgevoerd voor de Knunnekes-commissie die de pronkzitting organiseert. De commissie vond de kwaliteit van de buut voldoende’, vertelt Pierik, die donderdag met een bos stroomkabel over de schouder in de ‘buutton’ stond. </p><p></p><p>Wanneer is een buut kwalitatief goed? Edwin Pierik: ‘Je moet mensen niet willens en wetens schade toebrengen. Niet kwetsen dus. Wel kun je mensen en situaties aan de kaak stellen zonder namen te noemen. Dát bepaalt de kwaliteit van een buut.’ </p><p>Hijzelf deed dat in zijn buut door het plagiaat van de carnavalsschlager ’t Kisken op te voeren. Het winnende nummer bleek al eerder door iemand uit Oss te zijn gemaakt. Daarna werd alsnog ‘De groeten van Annelies’ tot winnaar uitgeroepen. Edwin in zijn buut: ‘Twee mannen kwamen een tijdje geleden bij me; ze wilden ‘licht’ voor het kopieerapparaat hebben.’ Na enig gezoek (’Trap op, klok aan de kant, kleedje opzij, kast open en weer dicht, kleedje terugleggen, klok terugleggen en trap weer af’) kwam de juiste lamp op de proppen. ‘Maar wat gebeurt er als de lamp uiteindelijk in het kopieerapparaat zit? Ik hoor muziek, muziek uit Oss.’ </p><p>Edwin Pierik heeft het overigens niet van een vreemde. Vader Karel Pierik, de helft van het duo De Zwaogers, staat al 25 jaar als buutreedner op de planken. Pierik: ‘Ik weet nog dat pa vroeger thuis oefende en dan moesten wij - ma, tante, mijn broer en ik - op de bank zitten en kijken. We hadden een keer van te voren afgesproken dat we om geen enkele grap zouden lachen. Pa begon, maar wij lachten niet. Hij vond het niet leuk en gaandeweg zijn optreden werd hij steeds kwaaier.’ </p><p>De Grollenaar was na afloop tevreden. De spanning had plaatsgemaakt voor opluchting: ‘Voor de eerste keer ging het echt goed, geen enkele verspreking gehad. En mijn vader moest zelfs lachen...</p><p>(Bron: De Twentsche Courant Tubantia)</p>