Tweede Keiekletsavond: zwaargewichten in de ton en topamusement
Weken geleden al uitverkocht; hooggespannen verwachtingen dus.
Die werden waargemaakt en hoe! Een muzikaal binnenkomertje van de hofkapel ‘De Klinkers’ en de Helmvlegels, de winaars van de schlager, zorgden voor de goede toon.
Boy Janssen uit Budel maakte in zijn rol als “Roderick de Jager” met zijn dubbelloops schietgeweer een zeer verdienstelijk debuut. Hij opende sterk, bleef goed in zijn rol, verzwakte eigenlijk geen moment en maakte dankbaar gebruik van al dan niet gesnapte woordspelingen en verwachte tunes van de Klinkers. Met zijn : “Ik mik, ik skiet” en “ Ik skup” wist hij zowel de publieke als hoofdtribune aan zich te binden. Dat zijn optreden zou eindigen met de vrouwenjacht was te voorzien. Zelf stond hij echter heel even met de mond vol tanden toen bleek dat Joyce haar proeftijd er al lang en breed op had zitten.
Daarna was de beurt aan de getalenteerde “O&U-heren” uit Beek en Donk: Kuub.
Sinds 2008 treden zij op met veel succes in deze formatie en ook deze keer opteerden zij met een staande ovatie van het publiek voor een plaats in de Grand Finale du Keieklets op 15 februari a.s.
De rode draad in hun optreden met o.a. “ Ik kan ernie mee zitte”, “Un Cube d’amour” en “Mijn Vlaamse reus” was het menselijke ongemak: fysiek (de aambei) en mentaal (de liefde). Dat laatste bleek ook voor het publiek heel herkenbaar, gezien de respons op de korte enquête.
De grenzeloze liefde werd meertalig besproken en bezongen; zelfs in het Russisch waarbij Gorbatsjovs’ glasnost door hen werd vertaald als openheid. En de Vlaamse Reus bleek Sabientje: een Breugeliaans type, waar zowel zij, als het publiek wel pap van lusten!
Rob Scheepers uit Sterksel presenteerde zich als de ambachtelijke bakker Frits Sprits van bakkerij “Moeders’ koek”. Goede wijn behoeft geen krans. In korte krachtige zinnen verhaalde hij van het wel en wee van de van zijn vader overgenomen bakkerij en de aanpalende zaken in de winkelstraat. En om de paar zinnen was het warempel raak met in de context passende simpele en originele woordspelingen. Het publiek wist het te waarderen en zette meerdere malen het “Wat een spreker is die man” in; kortom een serieuze kandidaat voor de Zilveren Narrenkap.
Tadaa is als groep een nieuwkomer in het amusement. Van plankenkoorts was echter geen sprake. De leden zijn door de wol geverfd in het verleden met optredens in andere samenstellingen. Met veel mimiek verhaalden zij over hun sterilisatie (“Ik ben geholpen”) en de tegenslag in het dagelijks leven. Vanwege de crisis deelden en speelden ze eensgezind met zijn vieren op één gitaar en eindigden uiteindelijk heel plastisch met het zeer herkenbare “veur over in de pot”.
Frans Bevers verscheen als “Ciske d’n hospik“ in de ton. Hij was goed op dreef als kletser en was zeer adrem naar het publiek, De Klinkers en het podium. In zijn wat vrijblijvende buut, met een enkel ‘omgebouwde mop” en soms wat (te?) moeilijke woordgrapjes kwam hij meer als militair dan als hospik naar voren. Niettemin van begin tot eind boeiend voor de toehoorders, die hem ook “Zo’ne goeie ......” toezongen.
Als laatste amusementsgroep trad Timper uit Asten voor het voetlicht. Ook zij zijn de laatste jaren “vaste gast” op de Keiekletsavonden en hebben een reputatie hoog te houden.
Met de “Kringloop” hielden deze Astenaren de Hellemonders een spiegel voor, die werd aangevuld met “De Brabander” en met het “Frot mar in minne streuf”. Daar tussendoor werd in een vermakelijke persiflage op de Amerikaanse reclame de door hen gewenste sponsor van de Zuidoost-Brabantse Goudgele Pretcilinder gepresenteerd, daarbij driftig gebruikmakend van het gerstenat om uitdroging te voorkomen. Wat wil de bierbrouwer nog meer?
Tot slot sloot Rob van der Els als “Dik in de beveiliging” de avond af. In die zin had hij zijn figuur mee en hij stak er regelmatig de draak mee. Had de zaal al genoeg gelachen, want de echte lachsalvo’s bleven achterwege. De humor rondom de security kwam jammer genoeg niet helemaal tot zijn recht, zoals dat bij de bakker het geval was. Het ging meer over bepaalde “minderheden”, óf leek het op deze avond wat te ver gezocht om de juiste woordspelingen te vinden. Al met al een mooie avond die menig toehoorder (of was het steeds dezelfde?) deed bulderen van het lachen. En voor de jury een lastige klus om de finalisten te bepalen.
(Bron: Mierlose Krant)
Die werden waargemaakt en hoe! Een muzikaal binnenkomertje van de hofkapel ‘De Klinkers’ en de Helmvlegels, de winaars van de schlager, zorgden voor de goede toon.
Boy Janssen uit Budel maakte in zijn rol als “Roderick de Jager” met zijn dubbelloops schietgeweer een zeer verdienstelijk debuut. Hij opende sterk, bleef goed in zijn rol, verzwakte eigenlijk geen moment en maakte dankbaar gebruik van al dan niet gesnapte woordspelingen en verwachte tunes van de Klinkers. Met zijn : “Ik mik, ik skiet” en “ Ik skup” wist hij zowel de publieke als hoofdtribune aan zich te binden. Dat zijn optreden zou eindigen met de vrouwenjacht was te voorzien. Zelf stond hij echter heel even met de mond vol tanden toen bleek dat Joyce haar proeftijd er al lang en breed op had zitten.
Daarna was de beurt aan de getalenteerde “O&U-heren” uit Beek en Donk: Kuub.
Sinds 2008 treden zij op met veel succes in deze formatie en ook deze keer opteerden zij met een staande ovatie van het publiek voor een plaats in de Grand Finale du Keieklets op 15 februari a.s.
De rode draad in hun optreden met o.a. “ Ik kan ernie mee zitte”, “Un Cube d’amour” en “Mijn Vlaamse reus” was het menselijke ongemak: fysiek (de aambei) en mentaal (de liefde). Dat laatste bleek ook voor het publiek heel herkenbaar, gezien de respons op de korte enquête.
De grenzeloze liefde werd meertalig besproken en bezongen; zelfs in het Russisch waarbij Gorbatsjovs’ glasnost door hen werd vertaald als openheid. En de Vlaamse Reus bleek Sabientje: een Breugeliaans type, waar zowel zij, als het publiek wel pap van lusten!
Rob Scheepers uit Sterksel presenteerde zich als de ambachtelijke bakker Frits Sprits van bakkerij “Moeders’ koek”. Goede wijn behoeft geen krans. In korte krachtige zinnen verhaalde hij van het wel en wee van de van zijn vader overgenomen bakkerij en de aanpalende zaken in de winkelstraat. En om de paar zinnen was het warempel raak met in de context passende simpele en originele woordspelingen. Het publiek wist het te waarderen en zette meerdere malen het “Wat een spreker is die man” in; kortom een serieuze kandidaat voor de Zilveren Narrenkap.
Tadaa is als groep een nieuwkomer in het amusement. Van plankenkoorts was echter geen sprake. De leden zijn door de wol geverfd in het verleden met optredens in andere samenstellingen. Met veel mimiek verhaalden zij over hun sterilisatie (“Ik ben geholpen”) en de tegenslag in het dagelijks leven. Vanwege de crisis deelden en speelden ze eensgezind met zijn vieren op één gitaar en eindigden uiteindelijk heel plastisch met het zeer herkenbare “veur over in de pot”.
Frans Bevers verscheen als “Ciske d’n hospik“ in de ton. Hij was goed op dreef als kletser en was zeer adrem naar het publiek, De Klinkers en het podium. In zijn wat vrijblijvende buut, met een enkel ‘omgebouwde mop” en soms wat (te?) moeilijke woordgrapjes kwam hij meer als militair dan als hospik naar voren. Niettemin van begin tot eind boeiend voor de toehoorders, die hem ook “Zo’ne goeie ......” toezongen.
Als laatste amusementsgroep trad Timper uit Asten voor het voetlicht. Ook zij zijn de laatste jaren “vaste gast” op de Keiekletsavonden en hebben een reputatie hoog te houden.
Met de “Kringloop” hielden deze Astenaren de Hellemonders een spiegel voor, die werd aangevuld met “De Brabander” en met het “Frot mar in minne streuf”. Daar tussendoor werd in een vermakelijke persiflage op de Amerikaanse reclame de door hen gewenste sponsor van de Zuidoost-Brabantse Goudgele Pretcilinder gepresenteerd, daarbij driftig gebruikmakend van het gerstenat om uitdroging te voorkomen. Wat wil de bierbrouwer nog meer?
Tot slot sloot Rob van der Els als “Dik in de beveiliging” de avond af. In die zin had hij zijn figuur mee en hij stak er regelmatig de draak mee. Had de zaal al genoeg gelachen, want de echte lachsalvo’s bleven achterwege. De humor rondom de security kwam jammer genoeg niet helemaal tot zijn recht, zoals dat bij de bakker het geval was. Het ging meer over bepaalde “minderheden”, óf leek het op deze avond wat te ver gezocht om de juiste woordspelingen te vinden. Al met al een mooie avond die menig toehoorder (of was het steeds dezelfde?) deed bulderen van het lachen. En voor de jury een lastige klus om de finalisten te bepalen.
(Bron: Mierlose Krant)