‘’Tis wir moi gewist’’ op de tweede Keiekletsavond Keiebijters
De opening was wederom voor Moi Gewist: voor de derde maal de winnaars van de Helmondse Carnavalsschlager 2013 met “Ut leste liedje”. Moi Gewist bestaat uit een gezelschap oudprinsen van de Spekzullekes, ondersteund door een zestal backing vocals.<br>
Hierna was het woord in de ton aan Rien van Genugten uit Sint-Oedenrode. Als burgemeester van Lagerwal kletste hij een eind weg over zijn piepkleine gemeente, “nou ja, da’s nie ut goeie woord”. Een originele klets met veel, ook moeilijkere woord-spelingen. Door de wat vlakke presentatie en het trage tempo dacht je eerder aan een gewone burgemeester dan aan een van lager wal.<br>
In de ton werd hij opgevolgd door Daantje, alias Jasper van Gerwen uit Hilvarenbeek.
Als kletser bracht hij het er in mimiek en timing goed vanaf en wist hij het publiek te boeien van begin tot eind. Gaandeweg verdween echter min of meer zijn rol toen hij “ons mam”en “ons pap” gehad had en meer wereldse zaken aanhaalde als vijftig tinten grijs, Rafaël, Wesley, enz.<br>
Bij de derde, Ad Vermeulen uit Chaam als Sjefke Kiep, was het net andersom. Als chef d’équipe van de alternatieve Olympische Spelen werd hij pas echt origineel toen hij de finale achthonderd meter stiefelsjees deels van meter tot meter beschreef en deze race door een Helmonder, Ben de Lui, op de laatste meter verloren werd.
Ton Brekelmans uit Uden bracht weer een ander figuur tot leven. Letterlijk en figuurlijk was hij Toontje Snotpin. Zijn outfit sprak boekdelen, zijn tekst zat er goed in en hij had me toch wat meegemaakt als laatste in de rij van vijftien.<br>
<b>Amusement</b><br>Niks&un bietje uit Gemert, Striepke Veur uit Helmond en Timper uit Asten stonden garant voor het nodige amusement.<br>Niks&unbietje nam met twee “vrijwilligers” de bezoekers mee op een vlucht van Incontin Air, hun vliegmaatschappij. Vóór het zover was, wist dit duo, ieder in zijn eigen rol, het publiek goed te vermaken, zowel qua tekst als de liedjes.<br>
Dat gold zeker ook voor de heren van Striepke Veur. Ze waren weer als vanouds en verhaalden en bezongen als ware Hellemonders de meer alledaagse aardse zaken op pakkende en humoristische wijze.
Timper sloot het amusementsdeel af met een drietal acts. In de eerste namen ze het op voor en de hele zaal ging mee met “onze Fons”. Als Ivanhoe in Ai-Fons-Oh deden ze het verleden nog eens dunnetjes over. Daarna haalden de Astenaren alles uit de kast. Heel zuiver, heel lang, heel diep en zó laag, daar valt een basstem bij in het niet. Het laatste lied, in deze als Sint Timper, vormde een mooie afsluiting. In “Wai geleuv’nt allemol wel...” namen ze het op voor de positieve kanten van alle geloven, ondersteund door zeven swingende hemelse maagden(?).<br>
Onder de muzikale klanken van de Hofkapel De Klinkers dankten de hoogheden Briek XL en de Briekske met hun gevederden al wuivend hun gasten voor het bezoek aan de Keiebijters kletsavond. ‘Twas wir moi gewist’’. Dat was zeker van toepassing op de winnares van het prinseroaje mevrouw Marlies Dams, die warempel een kostelijke avond aangeboden had gekregen naast de vele cadeaus van het prinseroaje. ‘Dank aan allen, het was kei skon’’.<br>
Nog één voorronde en dan is het woord aan de jury. Dat wordt nog een harde dobber. De verschillen tussen de kletsers zijn groter dan tussen de amusementsgroepen. Die kunnen praktisch allemaal door naar de finale.<br><br>
(Bron: Mierlose Krant)
Hierna was het woord in de ton aan Rien van Genugten uit Sint-Oedenrode. Als burgemeester van Lagerwal kletste hij een eind weg over zijn piepkleine gemeente, “nou ja, da’s nie ut goeie woord”. Een originele klets met veel, ook moeilijkere woord-spelingen. Door de wat vlakke presentatie en het trage tempo dacht je eerder aan een gewone burgemeester dan aan een van lager wal.<br>
In de ton werd hij opgevolgd door Daantje, alias Jasper van Gerwen uit Hilvarenbeek.
Als kletser bracht hij het er in mimiek en timing goed vanaf en wist hij het publiek te boeien van begin tot eind. Gaandeweg verdween echter min of meer zijn rol toen hij “ons mam”en “ons pap” gehad had en meer wereldse zaken aanhaalde als vijftig tinten grijs, Rafaël, Wesley, enz.<br>
Bij de derde, Ad Vermeulen uit Chaam als Sjefke Kiep, was het net andersom. Als chef d’équipe van de alternatieve Olympische Spelen werd hij pas echt origineel toen hij de finale achthonderd meter stiefelsjees deels van meter tot meter beschreef en deze race door een Helmonder, Ben de Lui, op de laatste meter verloren werd.
Ton Brekelmans uit Uden bracht weer een ander figuur tot leven. Letterlijk en figuurlijk was hij Toontje Snotpin. Zijn outfit sprak boekdelen, zijn tekst zat er goed in en hij had me toch wat meegemaakt als laatste in de rij van vijftien.<br>
<b>Amusement</b><br>Niks&un bietje uit Gemert, Striepke Veur uit Helmond en Timper uit Asten stonden garant voor het nodige amusement.<br>Niks&unbietje nam met twee “vrijwilligers” de bezoekers mee op een vlucht van Incontin Air, hun vliegmaatschappij. Vóór het zover was, wist dit duo, ieder in zijn eigen rol, het publiek goed te vermaken, zowel qua tekst als de liedjes.<br>
Dat gold zeker ook voor de heren van Striepke Veur. Ze waren weer als vanouds en verhaalden en bezongen als ware Hellemonders de meer alledaagse aardse zaken op pakkende en humoristische wijze.
Timper sloot het amusementsdeel af met een drietal acts. In de eerste namen ze het op voor en de hele zaal ging mee met “onze Fons”. Als Ivanhoe in Ai-Fons-Oh deden ze het verleden nog eens dunnetjes over. Daarna haalden de Astenaren alles uit de kast. Heel zuiver, heel lang, heel diep en zó laag, daar valt een basstem bij in het niet. Het laatste lied, in deze als Sint Timper, vormde een mooie afsluiting. In “Wai geleuv’nt allemol wel...” namen ze het op voor de positieve kanten van alle geloven, ondersteund door zeven swingende hemelse maagden(?).<br>
Onder de muzikale klanken van de Hofkapel De Klinkers dankten de hoogheden Briek XL en de Briekske met hun gevederden al wuivend hun gasten voor het bezoek aan de Keiebijters kletsavond. ‘Twas wir moi gewist’’. Dat was zeker van toepassing op de winnares van het prinseroaje mevrouw Marlies Dams, die warempel een kostelijke avond aangeboden had gekregen naast de vele cadeaus van het prinseroaje. ‘Dank aan allen, het was kei skon’’.<br>
Nog één voorronde en dan is het woord aan de jury. Dat wordt nog een harde dobber. De verschillen tussen de kletsers zijn groter dan tussen de amusementsgroepen. Die kunnen praktisch allemaal door naar de finale.<br><br>
(Bron: Mierlose Krant)