Tonpraten.nl
  Op deze pagina’s vindt u uiteenlopende informatie over tonpraten/buutreednen. Historie, tips en kenmerken van een buut. Maar ook downloads en uitslagen van diverse kampioenschappen. In het menu aan de linkerkant van deze pagina kunt u uw keuze maken.

 
 

Bezoek onze Webshop met de leukste CD’s met Limburgse en Brabantse toppers. Maak uw keuze uit maar liefst elf CD’s. Allemaal van hoge kwaliteit! U kunt van elke CD een fragment beluisteren door te klikken op ‘Fragment’.

 
 
18 Sep 2010 Jeppers Lach Gala Grave.
01 Oct 2010 Brabant Plat
02 Oct 2010 Brabant Plat
06 Oct 2010 Brabant Plat
07 Oct 2010 Brabant Plat
08 Oct 2010 Brabant Plat
09 Oct 2010 Tonpratersgala Chaamse Wapen
09 Oct 2010 St. Hubert op z'n Best
09 Oct 2010 Vierde Spreeuwendurper Tonpratersgala
09 Oct 2010 St. Hubert op z'n Best
 
Meld u nu aan en ontvang regelmatig onze nieuwsbrief met nieuws, uitslagen, prijsvragen en meer.
 
Historie

De naam "buut" zoals we deze op dit moment kennen is afkomstig uit het Rijnland, waar dit woord in het dialect "ton" betekent. Het ligt dus enigszins voor de hand dat deze traditie eveneens van uit het Rijnland naar ons streken is uitgeweken, en dit voornamelijk na het einde van de tweede wereldoorlog. Het is trouwens een gebruik, dat zich beperkt tot die plaatsen waar de Rijnlandse carnavaltraditie het meest intens beleefd wordt. Te weten in het Duitse Rijnland zelf uiteraard, en vervolgens in Belgisch- en Nederlands-Limburg en Zuid-Nederland.

Ook in de oude tijden moest er net zoals het nu de gewoonte is, op het einde van het jaar een balans of jaaroverzicht worden opgemaakt. Belangrijke figuren moesten dan eigenlijk voor de door hun gemaakte fouten een straf ondergaan, de koning zelfs boeten met zijn leven. Meestal bedachten ze echter voor zichzelf een mildere straf door zich door een hofnar de waarheid te laten zeggen en zich daar in zekere zin belachelijk te laten maken in de hoop dat de goden daar ook genoegen mee zouden nemen.

In de buut wordt de hofnar opnieuw tot leven geroepen. Het is zijn taak om de bewoners van de plaats en omstreken, met name de hoogwaardigheidsbekleders eveneens op een lachwekkende manier op tekorten en echte of onechte nalatigheden te wijzen. Liefst tot vermaak van een volle zaal.

De geschiedenis van de nar, als voorloper van de tonprater is dus al zeer oud. Sinds de Comedia dell'arte onderscheiden zich verschillende types. Vergeleken met de nar is de tonprater in principe meer plaatsgebonden. Een ton is zijn (s)preekgestoelte.

Tussen de nar, de clown en de tonprater bestaat er in feite een grote overeenkomst. Het woord nar zou afkomstig kunnen zijn van het oud Hoogduitse "narro". Terwijl "nar" in de Zuid-Duitse dialecten ook gewoon "jongeman" betekent. Het zou dus oorspronkelijk wel eens gewoon "lid van een jongemannenbond" kunnen betekent hebben. Het woord clown komt van colonus, hetgeen "boer" betekent, ook in negatieve zin. Kortom zowel de nar als de clown plegen af te wijken van de gewone burger.
  • In de fysieke zin :.echt of nagemaakt, de "grote mond" van de clown, zijn rode neus en vlammende haar.
  • Qua kleding : excentriek denk maar aan de grote schoenen van Charlie Chaplin, of de veel te grote broek, en stropdas van circusclown.
  • Op psychische vlak : het tot uitdrukking brengen van een voorgewend ontbrekend bevattingsvermogen of m.a.w. hij stelt zich voor als iemand die wat achterlijk, of tenminste niet erg snugger is.
In alle gevallen is er sprake van onvolkomenheid, zoals de tonprater ook vaak het onvolwassene, onvolgroeide, het primitieve of het achtergeblevene tot uitdrukking brengt.

Met deze onvolkomenheid stelt hij echter tegelijk in feite alle schijnvolkomenheid aan de kaak ; zijn onechtheid provoceert schijnechtheid.

In de tweede plaats wordt aan de (hof)nar en de tonprater de ruimte gelaten voor een zeer vrije meningsuiting. Sterker nog, precies dat wordt juist van hem verwacht. Hij is degene die zonder rekening te houden met het aanzien van de persoon en zonder vrees voor straffen, de waarheid mag en moet zeggen tegen de hoogstgeplaatsten in de samenleving. Hij heeft zodoende een kritische functie. Een tonprater is in de eerste plaats een volkse verteller, een mens met geest en humor. Hij doet beroep op de fantasie en de speelsheid van het publiek. Hij voert een speels gevecht met de autoriteit en schuwt geen heilige huisjes. Onder het mom van carnaval kan hij of durft hij te zeggen wat anders of niemand kan. Meestel doet hij zulks door een bepaald typetje te vertolken (de slager, de schoolmeester,...)

Er zijn vanzelfsprekend verschillen tussen de huidige tonprater en de hofnar of zijn "halfbroer" de clown. Immers, een volksgebruik zoals dit heeft zich een plaats moeten zien te verwerven of te behouden tussen de alternatieven als cabaret, satire, e.d. Het probleem is evenwel, dat de rol van tonprater omzeggens uitsluitend door amateurs wordt beoefend. Het is, laten we zeggen een tweede natuur (talent) die open bloeit, naast een gewoon beroep.

En tenslotte de "buuttemars". Deze heeft de bedoeling de tonprater te begeleiden bij het opgaan of het afgaan. De buuttemars is meestal afgeleid (parodistisch) van militaire marsmuziek.

(Bron: Fenvlaanderen.be)  

 
  Copyright 2003-2009 Flashpoint & PauwR Internetmarketing Disclaimer