|
 |
|
|
|
| |
|
| |
Algemeen
Tonpraten is een woord dat eigenlijk niet bestaat. Het staat
niet in de Dikke van Dale in ieder geval. Evenals de synoniemen
tonpraoten, buutreeden of buuttereednen en sauwelen. Kletsen
staat er wel in en hiervan vinden we in de DD een uitleg die
goed van toepassing is op het tonpraten:
´klet·sen
4 onzinnig praten => bazelen, zwammen, apekool verkopen,
in het luchtledige praten, uit zijn nek lullen, uit zijn nekharen
lullen, onzin verkopen
Tonpraten is een cabaretvorm die vooral wordt beoefend tijdens
de carnavalsperiode, van 11 november (11e van de 11e) tot
en met carnaval. Vaak letterlijk vanuit een ton becommentarieert
de tonprater in zijn buut (voordracht) het dagelijks leven,
vooral het leven in zijn eigen stad of dorp. Vooral “hoogwaardigheidsbekleders”
en plaatselijke bekenden moeten het hierbij vaak ontgelden.
De tonprater “verschuilt” zich achter een typetje
dat hem de nodige bescherming om alles vrijuit te kunnen zeggen,
zonder aanziens des persoons.
In het menu aan de rechterkant vindt u meer informatie over
de historie en de kenmerken van een buut. Ook vindt u hier
een groot aantal tips voor (beginnende) tonpraters. Onder
Multimedia staat de “Buuttemars” (Berliner Reittemars)
die gespeeld wordt bij opkomst en het afgaan van de tonpraters.
Ook kunt u hier een stukje beluisteren uit de theatershow
van de Brabantse cabaretier Guido Weijers, die een parodie
op een tonprater ten gehore geeft.
Op deze pagina staan ook diverse filmpjes van tonpraters en buutreedners
|
|
|
|
|
|